Een week op Sumatra

Het Indonesische eiland Sumatra stond al een lange tijd hoog op de bucketlist en afgelopen week was het dan zover! Graag geef ik je een aantal tips voor een geweldige week op dit eiland.

De meeste mensen komen Sumatra binnen via het vliegveld van Medan. Medan heeft ruim 2 miljoen inwoners en is een enorm chaotische stad met ontzettend veel brommertjes en ander verkeer. Mijn advies is om niet in Medan te verblijven maar meteen door te gaan naar Bukit Lawang.

Bukit Lawang is een klein dorpje aan de rand van het Gunung Leuser National Park, of te wel de Sumatraanse jungle. Sumatra is samen met Borneo de enige plek waar nog wilde oerang oetans voorkomen. Ik vond Bukit Lawang echt een relaxt dorpje, iedereen kent elkaar, komt een praatje maken en de kinderen spelen in de rivier terwijl bijdehante aapjes de keukens proberen te plunderen. Wij verbleven in het Green Hill Guesthouse, echt een aanrader! Vanuit onze koude bamboo douche keken we uit op de groene jungle, echt prachtig. Met een gids gingen we een dag de jungle in en we hebben maar liefst 8 oerang oetans gezien, echt geweldig en zo boven verwachting! Na 5 uur zweten en lopen toverde de gids een heerlijke nasi goreng in een bananenblad uit zijn rugzak en lunchten we aan de rivier. We gingen terug per ‘jungle taxi’ om te voorkomen dat we dezelfde weg terug moesten lopen. Kortom, lange bezweten kleding uit, rugzak in een plastic tas en op een rubberband de river af, super!

Er is weinig tot geen openbaar vervoer in Sumatra dus om je te vervoeren kun je het beste een privé chauffeur huren die je in een goede auto met airco van A naar B brengt. Dit kun je het beste de dag van te voren ter plekke regelen, dat is het goedkoopste. Onze volgende stop was Berastagi. Berastagi is een bijzondere plek, heel de stad ligt dan ook onder een laag witte as, auto’s, huizen echt alles. Hoe dichter je bij de vulkanen komt hoe erger het is. Je hebt hier namelijk 2 vulkanen, de actieve Sinabung en de rustigere Sibayak vulkaan. Wij hebben Sinanbung nog beklommen ondanks dat deze officieel off limits was. We hoorden de knallen, je zag de enorme rookpluimen en het regende as. We liepen met een mondkapje maar ademen was lastig. We waren de enige daar, echt een hele stoere (en een tikje eigenwijze) ervaring. Informeer bij aankomst goed bij de locals naar de huidige situatie voordat je dit doet.

Wat je wel altijd kunt doen is het beklimmen van Sibayak en dan bij voorkeur bij zonsondergang. De route is prachtig en we liepen langs meerdere actieve geisers en het uitzicht van de top was super!

Onze laatste stop was het vulkanische eiland Samosir, gelegen in het prachige Lake Toba. Lake Toba is het grootste meer van Zuidoost Azië, prachtig blauw omringd met felgroene bergen. Hier hebben we scooters gehuurd en zijn we rond het eiland gereden. Er is hier weinig verkeer en het is echt zo mooi. Overstekende kippen, hanen en koeien, mensen die zich wassen in het meer. Alles is basic maar top.

Al met al een prachtige week in Sumatra!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.